4 nov. 2012

Op initialen

Deel 2 van: De korte maar miraculeuze liefde van Nellie Waldfeucht en Karel Innemee




Liefde kan nooit gebaseerd zijn op een leugen. Dat is de gangbare opvatting. Elke opvatting heeft natuurlijk zijn tegenstanders. De cynici, de door-schade-en-schande -wijs-gewordenen. De mensen die zeggen dat elke liefde leugen is, dat elke liefde gebaseerd is op eigenbelang. In gemoedelijke gesprekken, bijvoorbeeld tussen twee bevriende paren, bij een glaasje wijn, wordt die laatste opinie meestal afgezwakt tot: Maar je ziet toch ook vaak dat…..   De eerstgenoemde opvatting, de mening dus, dat liefde en onwaarheid onmogelijk kunnen samengaan, wordt meestal niet afgezwakt. Hooguit wordt er het woord ‘echte’ ingevoegd. ‘Echte liefde’ is nooit gebaseerd op een leugen. Als er sprake is van een leugen, is er geen sprake van liefde.  Als het gesprek echt gemoedelijk is, dus alleen maar quasidiepzinnig, zal ook de grootste cynicus opmerkingen achterwege laten als: dan bestaat er dus geen ‘echte liefde’.

Toen Nellie Waldfeucht en Karel Innemee elkaar (volgens afspraak) de tweede keer ontmoetten, maakten ze een wandeling door het Imstenraderbos, die door Karel in gedachten precies was uitgestippeld.  Hij wilde haar het inschrift laten lezen dat hij enkele weken eerder had gemaakt in de bast van een beuk: K.I. x N.W. Toen hij de wandeling bedacht, wist hij nog niet welk verhaal hij zou vertellen als ze voor de boom stonden. Hij overwoog verschillende opties.
De eerste, de waarheid, verwierp hij al snel. Dan namelijk zou hij moeten vertellen hoe hij nog maar kort geleden verliefd was op Marleen Verhoeven. Hoe hij niet haar initialen wilde krassen, omdat hij bang was voor herkenning.  Dat hij een eenvoudige code had bedacht, waarmee hij haar en zijn eigen initialen onkenbaar zou maken en hoe dat geresulteerd had in de inscriptie waar ze nu voor stonden. Hij zou haar dan uiteraard ook zijn eigenlijke naam moeten vertellen.  Dat laatste vond hij geen punt, hij had nooit problemen gehad met zijn naam. Eigenlijk vond hij zijn eigen naam een stuk prettiger dan de naam die Nellie nu gebruikte. Vooral de nieuwe achternaam vond hij nogal bezwaarlijk, het was een naam die vooral in de dorpen rondom zijn stad vaak voorkwam.  Voor hem had die naam een nogal boerse klank. Maar hij verwierp de waarheid vooral omdat hij vond dat de droom intact moest blijven. Hij herinnerde zich de schok nog die hij onderging toen hij Nellies naam voor het eerst hoorde, eergisteren op het feest van M.D. Het was niet dat hij daardoor plots voorheen onbekende mogelijkheden zag.  Het was niet zijn gebruikelijke zoektocht naar ingangen. Geen gegrijp naar strohalmen. Toen hij haar naam hoorde, zag hij zichzelf terwijl hij de letters in de boom kerfde. Toen hij later aan dat moment dacht, zag hij de initialen in goud of zilver, glanzend, lichtgevend. En in plaats van de punten zag hij ook de andere letters van haar naam: Nellie Waldfeucht.
Ook de halve waarheid was niet mogelijk.  Natuurlijk wilde hij best vertellen hoe hij eigenlijk heette. Het zou een boel problemen voorkomen en –zoals gezegd- hij had geen moeite met zijn naam. Maar als hij dat deed, dan was de geplande wandeling een slecht idee. Want ook al wist hij het allemaal op een mooie romantische manier uit te leggen, het feit bleef dat er nu toch K.I. stond en niet J.H. x N.W. Het zou lijken of zij vreemd ging.
Daarom besloot hij de leugen te leven, besloot hij Karel Innemee te zijn.
Maar wie was N.W. dan? Hoe moest hij haar initialen uitleggen? Moest hij een verhaal verzinnen, waarin hij haar ooit eerder had gezien? Van ver? Zonder dat zij dat had gemerkt?  Kon hij M. daarbij op enigerlei wijze inschakelen? Of moest hij wijzen op de fantasie, de code die hij had gebruikt, en zo het wonderbaarlijke van het geheel benadrukken? Was zij gevoelig voor dit soort toevalligheden? Ja, natuurlijk, anders was hij niet verliefd geworden. Verliefd? Ja, verliefd. Op initialen.

1 opmerking: