4 mrt. 2014

Fleischer & Boop

Max Fleischer
Als je een hoofdstuk (in mijn blogbook), dat overigens verder vooral over muziek en muzikanten gaat, vernoemt naar Betty Boop is het niet meer dan logisch dan dat je ook wat aandacht geeft aan de mensen die achter dat verleidelijke wezentje staan: de Fleischers. Max Fleischer is de bekendste uit de familie, zijn naam stond altijd groot bij de opening credits van de Betty Boop filmpjes. Maar er waren er meer. Broers. Vooral jongere broer Dave heeft ook een grote rol gespeeld in het ontstaan en het succes van het bedrijf. Al spreken de getuigen elkaar regelmatig nogal tegen als het gaat over wie nu eigenlijk precies wat heeft uitgevonden of gedaan. In 1942 leidde dat tot de definitieve breuk tussen de broers, het schijnt dat ze elkaar sindsdien nooit meer gesproken hebben. (Max stierf in 1972 als eerste.) In 1942 kwam er ook een eind aan hun bedrijf Fleischer Studios. Het werd nu helemaal overgenomen door Paramount, dat tot dan toe als distributeur fungeerde, Het bedrijf werd omgedoopt in Famous Studios. Een aantal Fleischers bleef er wel nog werken. 


De familie Fleischer was een immigrantenfamilie. In 1887 kwamen ze naar de Verenigde Staten. Max was toen 4 jaar oud, Dave nog niet geboren. Ze bouwden een bestaan op in New York City. Vader was kleermaker. 
Dave Fleischer
In het filmpje Minnie the Moocher zien we (vermoed ik) hoe het er bij de Fleischers aan toe ging. Al gaat het hier natuurlijk over Betty Boop. Zij is de dochter van een van oorsprong Duitstalig echtpaar met zwaar accent en ze moet haar Hasenpfeffer opeten, pa slaat met zijn vuist op tafel. Moeder heeft iets meer begrip maar dringt ook aan op de consumptie van Sauerbraten. Betty zit er wat rillerig en schuldbewust bij, maar ze blijft bij haar besluit: Nie wieder Hasenpfeffer!  Ze verlaat haar ouderlijk huis en beleeft allerlei akelige avonturen. Het eind van het verhaal is dat ze terugkeert naar haar 'home, sweet home'. Maar de goede verstaander begrijpt, dat dit niet van lange duur kan zijn en dat ze binnenkort zal doen als haar hond Bimbo: met ketting, hondenhok en al achter de horizon verdwijnen.
De reden voor de emigratie van de Fleischers zal economisch zijn geweest. Ze woonden tot dan in Krakau (nu Kraków, Polen, toen in Oostenrijk-Hongarije). Maar antisemitisme (de Fleischers waren joods) zal ongetwijfeld ook meegespeeld hebben. 
Max Fleischer bleef tot 1942 Oostenrijks. Een stuk langer dan de stad waarin hij geboren was. Waarmee Fleischers persoonlijke geschiedenis weer een mooi licht werpt op de onzin en de realiteit van het nationalisme in Europa: enigszins gechargeerd zou je tenslotte kunnen stellen dat elk gebied in Europa in de loop van de geschiedenis wel op de een of andere manier bij elk ander deel van Europa heeft gehoord. 

Maar goed, Max Fleischer groeide op in de USA. In New York. Hij bezocht daar o.a. The Cooper Union for the Advancement of Science and Art, kort Cooper Union, een gerenommeerde academie voor toegepaste kunsten waarvoor hij (zoals alle toegelaten studenten tot 2013) een full-tuition scholarship kreeg. Nog als tiener vond hij een baantje als loopjongen bij een krant waarvoor hij al snel ook cartoons tekende. Na een uitstapje naar Boston werkte hij in 1912 weer in New York als Art Editor voor het tijdschrift Popular Science, waarmee hij ook met zijn tekenfilms nog wel eens samenwerkte. 
Intussen had hij John Randolph Bray leren kennen, cartoonist en producent van heel vroege animatiefilms. Hij maakte onder andere de tweede tekenfilm in kleur ooit:The Debut of Thomas Cat (1920). Bray had de techniek van de tekenfilm afgekeken van Windsor McGray, de maker van enkele van de eerste tekenfilms ooit. Vrij brutaal dus van Bray om in zijn studio een filmpje te laten maken waarin wordt uitgelegd hoe een tekenfilm gemaakt werd. Maar het is wel een leuk filmpje. 


Al snel werkte Fleischer in de studio's van Bray en gebruikte dus al snel dezelfde technieken. Maar samen met broer Dave bedacht hij ook een belangrijke vernieuwing: rotoscopie. Met die techniek konden gewone filmbeelden vrij eenvoudig worden omgezet in tekenfilmbeelden. Ook tegenwoordig is (bij de youtube-generatie) de techniek weer populair. Vooral dankzij programma's als Photoshop waardoor het effect (hoewel nog steeds bewerkelijk) in veel kortere tijd verkregen kan worden. In het kort komt het er op neer bewegingen op film te projecteren en op papier 'over te trekken'. Waarna van de stapel tekeningen dan weer een tekenfilm wordt gemaakt.
Voor de Bray Studios maakte Fleischer de eerste afleveringen uit de Out of the Inkwell serie waarin Koko the Clown zijn intrede deed. Met zijn broers richtte hij in 1924 de Fleischer Studios op (eerst nog onder de naam Out of the Inkwell Studios). Nu begon hun zegetocht pas echt. Ze kwamen op het idee van 'Follow the Bouncing Ball' waarmee ze, nog voor er eigenlijke geluidsfilms waren korte muziekfilmpjes maakten. Het geluid werd hierbij deels verzorgd door het publiek zelf. De bedoeling namelijk was dat ze het lied meezongen op het ritme dat door een boven de lettergrepen dansend wit balletje werd aangegeven. Dat balletje was overigens geen animatie, maar een lichtgevend balletje op een stokje waarmee een medewerker het ritme en de te zingen lettergreep aangaf. Door het geheel op een bepaalde manier te filmen werd het stokje onzichtbaar. Sommige van deze films waren stom. Een band, een pianist of een andere 'externe audiospeler' waren nodig om er geluid bij te krijgen. Maar enkele filmpjes uit deze serie hadden een soort soundtrack! Twee jaar voor officieel de era van de geluidsfilm begon met Jazz Singer en drie jaar voor Steamboat Willie, de korte Mickey-Mouse-film die veelal gezien wordt als de eerste tekenfilm met gesynchroniseerd geluid. 

Walt Disney
Want dat was er intussen ook aan de hand:  aan de andere kant van de Verenigde Staten, aan de westkust was Walt Disney flink aan de weg aan het timmeren. En daarmee wordt het tijd om op de verschillen tussen de twee tekenfilmgiganten te wijzen. 
In de eerste plaats was er natuurlijk een zakelijk verschil. Walt Disney (althans zijn studio) is nog steeds een van de grootsten, nee gewoon de grootste op het gebied van tekenfilm. Fleischer Studios ging in 1942 ten onder. De sterren van Disney zijn veel groter dan die van Fleischer. Iedereen, letterlijk iedereen, kent Donald Duck, Mickey Mouse etc. Zelfs Betty Boop kan daar niet aan tippen.
Maar de producten, de schepsels van de Fleischers waren en zijn nog steeds veel boeiender. Bij Disney ging het om plattelanders die vrij onschuldige lol maakten. Muizen, eenden, kippen en koeien, tja, wat wil je ook. 
De Fleischers hadden ook wel dieren in hun films, maar dat waren stadsdieren. En de besten daarvan transmogrifieerden al snel naar mensen. Disney was en is braaf en onschuldig, Fleischer was anarchistisch en sexy. Minnie Mouse droeg een onderbroek met kanten ruches. Betty Boop een kousenband. 



En natuurlijk waren de Fleischers veel moediger in hun muziekkeuze. Veelal ging het om zwarte muzikanten (Cab Calloway, Louis Armstrong) wat in die tijd gedurfd was. Disney koos eerder voor blanke Folk of klassieke muziek. Daardoor leek Disney meer aan te sluiten op de markt, die hij dan ook stormenderhand veroverd heeft. dat geldt ook voor de Europese markt, al speelde dat natuurlijk enkele jaren later. Toch vind ik Fleischers producten veel Europeser dan die van Disney. Meer diepgang, donkerder en gewaagd.
De zaken gingen niet slecht, zeker toen ook Popeye-filmpjes gemaakt werden, maar Paramount wilde meer en drong aan op een meer Disney-achtige aanpak. Er werd een Silly-Symphonies achtige serie besteld en gemaakt: Color Classics. Ook werd, in navolging van Disneys Snow White and the Seven Dwarfs een avondvullende tekenfilm gemaakt: Gulliver's Travels

En dan was er nog de Hays-code, waardoor, kan ik me voorstellen, de lol er ook nogal vanaf ging. De Hays-code was een afspraak die op aandringen van religieuze groepen in de VS door de diverse filmstudio's ondertekend werd. Toen is die rare spagaat ontstaan waardoor in films de ene bloederige scene na de andere getoond kon worden, maar die zo goed als alles wat met seks te maken had in de ban werd gedaan. Ter illustratie hieronder een aantal van de afspraken:

Bij de 'Dont's' stond onder andere:
Any licentious or suggestive nudity-in fact or in silhouette; and any lecherous or licentious notice thereof by other characters in the picture;
Any inference of sex perversion;
-  White slavery (waarmee meestal gedwongen prostitutie bedoeld werd)
Miscegenation (seksuele relaties tussen zwart en blank);
-Sex hygiene and venereal diseases;

Onder het kopje Be Carefull:
- Theft, robbery, safe-cracking, and dynamiting of trains, mines, buildings, etc. (having in mind the effect which a too-detailed description of these may have upon the moron);
- Man and woman in bed together;
- Excessive or lustful kissing, particularly when one character or the other is a "heavy". (een crimineel)

De filmpjes van de Fleischer Studios werden braaf. Betty Boop werd een lieftallig en zorgzaam vrouwtje. Haar kleding werd beduidend decenter en ze mocht (verdorie) geen kousenband meer dragen. Jammer, ze was zo leuk toen ze nog jong was. 

De Golden Age of American Animation was in feite nog maar net begonnen of het mooiste viel eruit weg. Over bleven behalve de gekuiste Betty Boop grote sterren als Donald Duck, Mickey Mouse, Popeye en Olive, Daffy Duck, Elmer Fudd en Bugs Bunny (het enige tekenfilmfiguur met een ster op de Hollywood Walk of Fame), Tom & Jerry en Woody Woodpecker. Allemaal heel leuk en onderhoudend. Ik kan er bij tijd en wijle oprecht van genieten. Maar liefde is dat niet.


De bekendste figuren uit de Fleischer Studios



Ko-Ko the Clown
Ko-Ko the Clown is geboren uit de rotoscope. Om zijn uitvinding te testen stak Max Fleischer zijn broer Dave in een clownskostuum en filmde hem. Uit de rotoscope-bewerking ontstond de clown die van 1919 tot 1934 een grote rol speelde in de tekenfilm. Op een gegeven moment werd hem de hond Fitz als kompaan toegewezen. Fitz veranderde in Bimbo en werd de vriend van Betty Boop. Ook toen Betty Boop de grootste ster van het drietal werd, verscheen Ko-Ko nog regelmatig in haar films.


Bimbo the Dog
Bimbo verscheen net als Koko al in de Out of the Inkwell series van de Studio, al heette hij in den beginne (tot 1930) nog Fitz. In de Talkatoon series werd hij eerst de hoofdrolspeler, maar werd daar al snel weer overvleugeld door de grootste ster uit het Fleischer-nest: Betty Boop. In Dizzy Dishes trad zij voor het eerst op, en meteen was Bimbo tot over beide oren verliefd. Bimbo en Betty bleven min of meer een stel. Ook toen Betty haar hondse flaporen inwisselde voor grote ronde oorringen en allerlei menselijke mannen het hoofd op hol joeg. Hij verdween van het scherm (in 1933) tengevolge van Hays-Code. Dit was een wettelijk voorgeschreven vertruttingsoffensief dat er onder meer voor zorgde dat Betty Boop haar kousenband niet meer kon dragen. En een mens die een relatie had met een hond dat was natuurlijk al te kinky. Exit Bimbo.


Betty Boop
Over Betty Boop heb ik op andere plaatsen al het een en ander geschreven. Ik heb haar in de zestiger of zeventiger jaren leren kennen. Naarmate zij langer zichzelf bleef en ik steeds ouder werd, ging ik haar meer en meer waarderen. Ik heb een zwak voor haar dat alleen vergelijkbaar is met mijn zwak voor Adèle Blanc-Sec van Tardi. 


Popeye
Popeye is maar een tijdelijke gast geweest van Fleischer. Hij en zeker zijn vriendin Olive Oyl verdienen een eigen blog. Olive Oyl had een tijdlang dezelfde stem als Betty Boop. Zowel Olive als Betty waren trouwens gemodelleerd naar, en een persiflage op zogenaamde Flapper Girls. Popeye zorgde tijdens de Tweede Wereldoorlog voor een groei van 30% in de spinazieconsumptie. Daar heb je pas superkrachten voor nodig! Later bleek trouwens dat die hele spinaziepropaganda gebaseerd was op een fout geplaatste komma in een onderzoek naar het ijzergehalte van spinazie.


Superman
Hitler in Supermanfilmpje
Ook Superman was een passant bij Fleischer. Een vrij late passant. In 1941 en 1942 maakten de Fleischer een aantal tekenfilms over deze superheld, maar ze leerden hem wel iets heel belangrijks: vliegen. Tot dan toe namelijk, in de stripverhalen, kon Superman dat niet. Tot dan toe was hij: 'Able to leap tall buildings in a single bound'. Hij kon van de ene plaats naar de andere springen, maar dat vonden ze in tekenfilmvorm toch een beetje te knullig. Negen Superman-afleveringen werden gemaakt voordat de Fleischers door hun moederbedrijf Paramount uit de zaak gebonjourd werden. Paramount hernoemde het bedrijf naar: Famous Studios en Supermans taak veranderde van het verslaan van reusachtige dinosaurussen, robots en meteoren naar het bestrijden van de echte vijand van die jaren: de Japanners en de nazis. In een van deze filmpjes speelt Adolf Hitler nog een klein rolletje.







Geen opmerkingen:

Een reactie posten