19 jun. 2013

Alle wahrhaft Suchenden werden enttäuscht.



Toen ik pas geleden de nieuwe cd van Dayna Kurtz binnenkreeg, mocht ik
Mahagonny/Vlaamse Opera, 2011
meteen ook een andere van mijn  favorieten uitpakken: Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny van Brecht en Weill. Ik ken het stuk al jaren, maar dan als tekst, ik kocht het als boekje toen ik nog op de middelbare school zat of een jaar of een, twee later. Toen kende ik natuurlijk ook het bekendste nummer uit die opera. In de versie van The Doors natuurlijk. Later heb ik enkele uitvoeringen van het geheel  op tv gezien.
Ik kende de Dreigroschenoper al, dus de grootste verrassing was er af. Maar Mahagonny verbaasde me toch elke keer weer. De muziek vond ik in mijn jonge jaren soms wel ‘een uitdaging’. Ik was meestal met heel andere muziek bezig.

Jetzt hab’ ich gegessen zwei Kälber, und jetzt esse ich noch ein Kalb.

Ik wist vanuit de literatuurlessen op het vwo natuurlijk wel iets van het ‘epische Theater’ en de ‘Verfremdungseffekte’ die Brecht en Weill gebruikten, maar ik begreep ze pas echt bij de uitvoeringen van Mahagonny. De Dreigroschenoper had me toch minder duidelijk gemaakt. In de Dreigroschenoper leek het over sociale misstanden en zo te gaan. Natuurlijk ging Macceath met grote  regelmaat naar de hoeren en er viel een leerzame tekst over seksverslaving te lezen of te beluisteren, maar in Mahagonny ging en gaat het over veel echtere seks. Althans in de uitvoeringen die ik zag (en nog meer in de uitvoering die ik voor mezelf bedacht als ik het beduimelde boekje las), kreeg ik een beeld van seks en hoeren dat me erg aansprak. Dat het beeld maar zeer ten dele met mijn toenmalige werkelijkheid overeenkwam, deed daar niets aan af.

Liebe die ist doch an Zeit nicht gebunden, Jungens mach rasch denn hier geht’s um Sekunden

Lotte Lenya
Otto Dix, Sylvia von Harden
In de Dreigroschenoper kwam al een Jenny voor (Die Seeräuberjenny), in Mahagonny was er een uitgebreide rol voor Jenny Hill weggelegd. Die rol was over het algemeen weggelegd voor Lotte Lenya, de echtgenote van Kurt Weill. (Ze zijn twee keer met elkaar getrouwd, in 1926 en 1937.) Ik ontwikkelde een zwak voor de naam Jenny. Maar ook voor Lotte Lenya. Voor haar stem dan. Behalve op de foto waarop ze weggelopen lijkt zijn van een schilderij van Otto Dix vind ik haar niet aantrekkelijk. Dat ik haar later nog in een James Bond film zag, maakte het niet beter: Eng Duits mens! Ze was Oostenrijkse.
Toen ik nog  weer later in het echte leven een Jenny leerde kennen, wilde ik verliefd op haar worden. Maar ze had een mooi en zacht gezicht en een ook zachte, ietwat omfloerste stem. Dat viel tegen.

Denn wie man sich bettet so liegt man

Es deckt einen da keiner zu

Und wenn einer tritt dann bin ich es

Und wird einer getreten dann bist du’s

Dit blog gaat nergens naar toe. Behalve dan dat ik door een zwerftocht door Youtube ene Meret Becker heb leren kennen. Er is nog zoveel dat ik niet weet en niet ken! Hieronder een prachtversie van de Moon of Alabama, samen met Nina Hagen.

En omdat we toch aan het dolen zijn ook nog dit, van Meret Becker in mooi Berlijns: Wenn ick mal tot bin:


 En het origineel uit 1929 door Blandine Ebinger (met erg veel kraak).



Goed. Zou ik proberen dit blog zo te draaien, dat er nog een lijn in lijkt te zitten? Zou ik een cirkel proberen te maken naar de zin die ik als titel gepland had, omdat ik hem zo mooi vond?
Alle wahrhaft Suchenden werden enttäuscht.
Ik werd niet enttäuscht, ik werd gelukkig. Ik had tranen in mijn ogen.
Bin ick ebend keen wahrhaft Suchender.




PS: De cursief gedrukte zinnen zijn natuurlijk, net als de titel van het blog, citaten uit Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny.  Brecht is hofleverancier van prachtzinnen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten