Posts tonen met het label Pierre Brice. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pierre Brice. Alle posts tonen

17 aug 2012

Winnetou IV: tot slot


Pierre Brice in Elspe
'Die Sterbeszene gefällt mir am besten.' [i] De sterfscène uit de film Winnetou III, niet die uit het boek. Of hij de scène uit het boek, met het Ave Maria geen Kitsch vond? Nee, nee, natuurlijk niet, als hij in Elspe en in Bad Segeberg als Winnetou stierf, klonk het Ave Maria ook altijd op de achtergrond. En dat paste wondermooi bij de emotie van dat moment.
Want na al die films over Winnetou was de rol nog lang niet uitgespeeld. Jarenlang speelde Pierre Brice zijn indianenrol nog op toneel, of beter op de Freilichtbühne/Naturbühne van de twee genoemde plaatsen (Elspe Karl May-Festspiele van 1977 tot 1980 en van 1982 tot 1986, Karl-May-Spiele Bad Segeberg van 1988 tot 1991). Alleen al in Elspe hoorde hij het Ave Maria blijkbaar zo’n duizend keer. Dus ook wij moeten er nu maar eens aan geloven. Ik heb het in twee versies gevonden op Youtube: een voor gitaar en viool en een voor mannenkoor. Tekst en muziek zijn van Karl May himself. Het graf dat in het filmpje te zien is ook trouwens.


Pierre Brice is een Fransman, ik zei het al eerder. Hij is geboren in Brest en de mooi over de weidse vlakten van het Wilde Westen starende, licht toegeknepen ogen van Winnetou heeft hij waarschijnlijk te danken aan die plaats aan de Atlantische Oceaan en de blik van zijn vader die marineofficier was. Op zijn vijftiende sloot hij zich aan bij de Franse Résistance, na de Tweede Wereldoorlog gaat hij als soldaat naar Algerije, dat toen nog een Franse kolonie was, en werd opgeleid tot duiker. Daarna vocht hij vier jaar lang als paratroeper in Indochina. 'Nie wieder', zegt hij later, 'hatte ich so gute Freunde wie beim Militär.'[ii]
Lex Barker als Tarzan
Na deze avontuurlijke jaren wordt hij, tegen de zin van zijn vader, de Baron le Bris, acteur. In Frankrijk heeft hij niet veel succes, dus vertrekt hij naar Spanje en Italië. Daar gaat het allemaal beter, maar nog steeds niet overdreven goed. En dan wordt hij in 1962 door Horst Wendlandt gevraagd voor de rol van Winnetou. Hij twijfelt, de rol van Old Shatterhand lijkt hem in eerste instantie veel aantrekkelijker, maar die is ingevuld met Lex Barker (die hij misschien al kende uit de film Tarzan’s Magic Fountain, 1949)

Vanaf dat moment is hij Winnetou. In een interview zegt hij weliswaar dat hij van beroep acteur is en niet Indiaan, maar voor zijn fans is dat toch anders. De idealen waarvoor Winnetou vocht, daarvoor vecht hij ook:  'Winnetou hat für Friede, Freiheit, Respekt und Menschenrechte gekämpft – wie ich auch.'[iii]
Door Winnetou kan hij dingen doen, die hij anders misschien niet had weten te realiseren. In 1995 organiseert hij het Pierre-Brice-Hilfskonvoi  en voert het aan naar gebieden in Bosnië waarom toen nog gevochten werd. Later werd hij ambassadeur van Unicef en deed goed werk voor kinderen in Cambodja. Dat hij zich daarnaast altijd heeft ingezet voor meer kennis van en begrip voor de levenswijze van de Noord-Amerikaanse Indianen spreekt vanzelf. 

Verder is nog vermeldenswaard dat hij graag zingt en zelfs een keer op nummer 3 van de Bravo Musikbox heeft gestaan, direct achter de Beatles en de Stones. Het nummer heette ‘Ich stehe allein’. Maar leuker is toch dit nummer: Manitou. Beide nummers waren een mooie gelegenheid voor de Duitse fans om Pierre Brices echte stem eens te horen. Zijn Duits was zeker in de beginjaren van Winnetou ronduit slecht. Ook later werd hij nagesynchroniseerd, want een Indiaan die Duits sprak met een sterk Frans accent. Nee, dat kon niet.


Goed. Ik ga stoppen met mijn Winnetou-blogs. Het internet is nagenoeg onuitputtelijk wat informatie, muziek en films over het Apache-opperhoofd betreft. Zwerf rond en laat me weten als je nog wat leuke dingen vindt.
Ik ga nog één ding doen: ik leer het Winnetou-thema en als ik weer eens in Duitsland ben, fluit, zing of neurie ik het op straat of in een kroeg. Kijken of er iets gebeurt.

Nou vooruit: een toegift van UkeLaila.



[i] http://www.tagesspiegel.de/kultur/interview-mit-pierre-brice-die-sterbeszene-gefaellt-mir-am-besten/6356992.html
[ii] http://www.pierrebrice.de/privee/leben.htm
[iii] http://www.tagesspiegel.de/kultur/interview-mit-pierre-brice-die-sterbeszene-gefaellt-mir-am-besten/6356992.html

13 aug 2012

Winnetou II: rectificatie


Rectificatie

In mijn vorige blog (Winnetou 1) schreef ik dat Winnetou gedood werd door blanken. Nu ik het kon nalezen, bleken het toch indianen te zijn geweest. Verder is Winnetou, terwijl hij te sterven lag bij de Hancockberg, nog gauw even katholiek geworden. Op Winnetous verzoek heft een groep Duitsers die net door de twee helden zijn bevrijd, het Ave Maria aan. Een citaat (Vertaling onder aan de bladzijde):

»Schar-lih, nicht wahr, nun kommen die Worte vom Sterben?«
Ich konnte nicht sprechen. Ich nickte weinend, und die dritte Strophe begann:
»Es will das Licht des Lebens scheiden;
Nun bricht des Todes Nacht herein.
Die Seele will die Schwingen breiten;
Es muss, es muss gestorben sein.
Madonna, ach, in deine Hände
Leg ich mein letztes, heißes Flehn:
Erbitte mir ein gläubig Ende
Und dann ein selig Auferstehn!
Ave, ave Maria!«

Als der letzte Ton verklungen war, wollte er sprechen – es ging nicht mehr. Ich brachte mein Ohr ganz nahe an seinen Mund, und mit der letzten Anstrengung der schwindenden Kräfte flüsterte er:
»Schar-lih, ich glaube an den Heiland. Winnetou ist ein Christ. Lebe wohl!«
Es ging ein konvulsivisches  Zittern durch seinen Körper; ein Blutstrom quoll aus seinem Munde; der Häuptling der Apachen drückte nochmals meine Hände und streckte seine Glieder. Dann lösten sich seine Finger langsam von den meinigen – er war tot!

Crazy Horse Memorial, South Dakota
Op de Karl-May-Wiki is een hele pagina gewijd aan de dood van Winnetou. En ook daar blijkt er enige onduidelijkheid te bestaan aan de etniciteit van de moordenaar van Winnetou. Want in het originele voorwoord van Winnetou 1 schijnt Karl May geschreven te hebben dat een blanke de dader was. Later bleken het de Oglala-Sioux (beter: Oglala-Lakota) te zijn geweest. Deze stam was ook betrokken bij de slag bij Little Big Horn en (voor ons bekender) ze waren de bezetters van Wounded Knee in 1973.
Verder zijn de Oglala bekend omdat het de eerste groep indianen was die tegen het Amerikaanse leger vocht en de enige die ooit een overwinning heeft behaald op dat leger (Red Clouds War, 1866-1868). De bekendste chief is natuurlijk Crazy Horse, waarvan in South Dakota een enorme sculptuur in de maak is. 
De Oglala staan in mijn geheugen als de aartsvijanden van de Apaches, hetgeen me nu nogal vreemd voorkomt, omdat de Oglala in Noord- en Zuid-Dakota woonden en de Apaches in New Mexico. Toch een behoorlijke afstand.
Over de geografie van de plaats waar Winnetou stierf, is meer te vinden op deze geweldige site van Rob van der Bijl & Dick van der Heijden. Met mooie plaatjes uit verschillende stripverhalen die van het verhaal zijn gemaakt.

En dan is er nog een controverse over Winnetou’s dood: werd hij gedoopt of niet?
Karl May in de vertaling van Marion Ames Taggart
In de sterfscène is er geen sprake van. Maar May zelf schijnt er in lezingen wel op gezinspeeld te hebben. Sommige van zijn werken zijn vertaald en op de Amerikaanse markt terecht gekomen. De vertaalster (Marion Ames Taggart, * 7. Mei 1866  † 19. Januari 1945) heeft bij de dood van Winnetou als puntje op de i een nooddoop ingevoegd. ‘In tijden van nood, mag en moet iedereen dopen’, zal ze gedacht hebben: ‘ook ik, als vertaalster van een verhaal van een Duitser over een fictieve Indiaan’. Maar zij had ook de eigenlijke naam van Old Shatterhand  veranderd, hier was niet Charley/Schar-lih/Shar-lih (Karl May, dus) de blanke protagonist, maar ene Jack Hildreth. Enkele van haar ongeautoriseerde en sterk ingekorte vertalingen (uit 1898) kun je nalezen op de site van de Karl-May-Gesellschaft.
In een gesprek over het geloof beloofde Shar-lih zijn vriend dat hij na zijn dood zijn vader, zijn zuster en andere geliefden zou terugzien. Nou ken ik de precieze stand van zaken in de katholieke geloofsleer van die tijd niet, maar ik ben een beetje bang dat Winnetou eenzaam zou zijn geweest in die hemel. Als een nooddoop noodzakelijk was om in de hemel te komen, dan kunnen Winnetous ongedoopte dierbare overledenen daar natuurlijk niet zitten te wachten op de komst van het grote opperhoofd zelf. 

Maar goed, we hoeven ons daar nog even geen zorgen over te maken, want eigenlijk is Winnetou natuurlijk nog niet dood. Karl May kan schrijven wat hij wil. Winnetou woont ergens in de buurt van Parijs. Hij is nu 83 jaar oud en hij heet Pierre Louis Baron de Bris AKA Pierre Brice. Waarover de volgende keer meer.



Vertaling 
»Shar-lih, nu komen de woorden over de dood, nietwaar?«
Ik kon iets zeggen. Ik knikte huilend en de derde strofe begon:
»Es will das Licht des Lebens scheiden;
Nun bricht des Todes Nacht herein.
Die Seele will die Schwingen breiten;
Es muss, es muss gestorben sein.
Madonna, ach, in deine Hände
Leg ich mein letztes, heißes Flehn:
Erbitte mir ein gläubig Ende
Und dann ein selig Auferstehn!
Ave, ave Maria!«

Toen de laatste noot verklonken was, wilde hij spreken - het ging niet meer. Ik hield mijn oor vlak bij zijn mond, en met inspanning van zijn laatste kracht fluisterde hij:
»Shar-lih, ik geloof in de Heiland. Winnetou is een Christen. Vaarwel!«
Een krampachtige siddering ging door zijn lichaam; een straal bloed vloeide uit zijn mond; het opperhoofd der Apachen drukte nog een keer mijn handen en strekte zijn lichaam. Toen lieten zijn vingers de mijne langzaam los - hij was dood!

12 aug 2012

Winnetou I


In het jaar waarin hij de Edgar-Wallace-verfilming Das Haus an der Themse liet uitkomen (1962, zie mijn blog Krimi 1) produceerde Horst Wendlandt  ook de film Der Schatz im Silbersee, naar de gelijknamige avonturenroman van Karl May (1890/1891 als vervolgverhaal in het tijdschrift ‘Der Gute Kamerad’, 1894 als boek).
In 1962 las ik Karl May waarschijnlijk nog niet. Ik concentreerde me voorlopig op meesterwerkjes als Wipneus en Pim. Wanneer en hoe ik mijn eerste exemplaar van een van Mays werken in handen kreeg, weet ik niet meer.  De kans dat ik (of mijn anderhalf jaar oudere broer) het van onze vader kreeg, is vrij groot, want hij was zelf een Karl-May-fan. Met een zekere regelmaat herhaalde hij het verhaal dat hij door zijn huisarts gewaarschuwd werd vooral niet te veel en te lang achter elkaar te lezen. En zeker niet dergelijke laagallooiige literatuur als de avonturen van Old Shatterhand en Kara Ben Nemsi. Je kreeg er maar akelige dromen van en niet te vervullen verlangens naar reizen naar het verre buitenland. ‘Maar ik kon ze niet wegleggen,’ zei mijn vader.
Ook ik was al snel verslaafd. Van de dertien op de Nederlandse Wikipedia genoemde delen Prismapockets van uitgeverij Het Spectrum die in het Wilde Westen speelden, heb ik er in ieder geval zeven gelezen, misschien ook meer, maar de herinnering begint na te laten. Of beter: toen ik Karl May terzijde legde en me meer op echte literatuur ging richten, wilde ik mijn geschiedenis op dat gebied zo snel mogelijk vergeten. Ik schaamde me een beetje voor mijn Karl-May-addictie. De avonturen in Zuidoost-Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika las ik minder, hoewel ik van minstens zes titels zeker weet, dat ik ze gelezen heb.
Karl May als Old Shatterhand
Ik las ze dus nauwelijks minder, maar wel met minder plezier. Dat had (denk ik im Nachhinein) alles te maken met de manier waarop de inheemse bevolking werd afgeschilderd.  De meeste mensen waarmee Kara Ben Nemsi te maken had, waren leugenachtig, doortrapt en wreed. Alleen zijn vriend Hadji Halef Omar was te vertrouwen, maar die was dan weer enigszins dom en lachwekkend in zijn grootspraak.
Ook de originele bewoners van het Wilde Westen waren vooral leugenachtig, doortrapt en wreed. Alleen de stam van de Apaches stak daar een beetje gunstig bij af. En vooral had je natuurlijk de onvoorstelbaar edele Winnetou. 
Winnetou! Zelfs Old Shatterhand gaf toe, dat deze indiaan de beste mens was, die ooit op deze wereld heeft rondgewandeld. En dat wil heel wat zeggen in Karl Mays gedachtegoed, want hij gunde bij voorkeur zichzelf (als Old Shatterhand of Kara Ben Nemsi) of anderen met een Duitse achtergrond de rol van Edele Geciviliseerde.
De eigenlijke reden waarom ik stopte met het lezen van May, was dan ook De dood van Winnetou. Ik had het boek met die titel al vaak zien staan in de boekenafdeling van V&D in Heerlen, maar ik wilde er niet aan. Dus kocht ik maar Door het land der Skipetaren, of zo.  
Uiteindelijk moest ik natuurlijk toch. Ik kocht De dood van Winnetou en de vlag dekte de lading op jammerlijke wijze. Winnetou werd vermoord door een stel blanke schoften (de precieze etniciteit weet ik niet meer). Winnetou ging dood. Winnetou kon dood. Ook Winnetous zuster Nsho-Tshi stierf, als ik het me goed herinner, terwijl ze toch eigenlijk met Old Shatterhand zou gaan trouwen en zodoende de verbroedering tussen de volkeren der aarde zou bewerkstelligen. Dat was ook verschrikkelijk. Maar Winnetou stierf. Ik geloof niet, dat ik ooit eerder of later zo gehuild heb.

Maar gelukkig was er Pierre Brice. Hij, en hij alleen stelde mijn switch van May naar Mulisch nog enigszins uit. Maar daarover de volgende keer meer.

26 jul 2012

Krimi II: Alfred Vohrer


Bij het grote publiek vielen ze in de smaak, de Wallace-films, waarover ik het in mijn vorige blog had. Ook bij mij, al hadden ze voor mij toen al iets ouderwets en iets groezeligs. Maar misschien is dat meer in mijn herinnering dan dat ik dat toen zo ervoer. Ik zag de films in zwart-wit. Omdat ze zo waren opgenomen of omdat ons toestel nog geen kleuren had. 

Peter Lorre in M
Gluurgat in tepel
Het groezelige zat hem vooral in de plaatsen waarin het geheel zich afspeelde. Oude Engelse landhuizen met kelders en geheime gangen. Deuren verstopt achter boekenkasten. Gluurgaatjes in de ogen of een enkele keer in de tepels op een schilderij. Ondanks voor die tijd moderne telefoons en auto’s ademden de beelden een sfeer die goed bij de tijd paste waarin Edgar Wallace (1875-1932) zijn verhalen schreef. Het groezelige werd natuurlijk nog versterkt door de waanzin waardoor iedereen behalve de inspecteur van Scotland Yard gegrepen leek te zijn. Iedereen was door het leven op een dusdanige manier getekend dat hij of zij op zijn minst schuldig léék. Het duidelijkst was dat natuurlijk bij Klaus Kinski. Hij viel voor mij in dezelfde categorie als Peter Lorre in films als M of The Maltese Falcon: totaal verknipte figuren waarin angst en woede om de bovenhand streden. Maar Lorre speelde dan ook veel in dertigerjarenfilms. Maar ook Hans Clarin kon er wat van, althans in de Wallace-verfilming Das Indische Tuch. Voor de meeste Duitsers is hij, denk en hoop ik, vooral bekend als de stem van Pumuckl in Meister Eder und sein Pumuckl. 

Eddy Arent
Een andere tekenende rol was die van Eddy Arent. Waarschijnlijk vond de regisseur (vaak Alfred Vohrer) dat zijn film te donker, te akelig werd. Eddy Arent moest dan als butler of klunzige medewerker van de Yard met een of andere droogkomische of domme opmerking de ‘ondraaglijke’ spanning doorbreken. Dat lukte hem, maar in ieder geval bij mij was het doorbrekende element niet de bevrijdende lach, maar ergernis. Ik hoopte dan maar, tegen beter weten in, dat hij het volgende slachtoffer zou zijn. Voor zover ik weet, is hij nooit gestorven in een Edgar-Wallace-film. Ook nu is hij nog niet dood, hij schijnt (volgens Wikipedia) dementerend en wel bij zijn zoon te wonen.

Winnetou-postzegel
Arent speelde als Lord Castlepool een vergelijkbare rol in een aantal Karl-May-verfilmingen. Onder andere in Der Schatz im Silbersee, waarvan (alweer) Alfred Vohrer het scenario schreef. Pierre Brice en Lex Barker speelden de hoofdrollen in die films over de nobele indiaan Winnetou en zijn Duitse kompaan Sharlih. Winnetou, de enige indiaan die ooit op een Duitse postzegel werd afgebeeld. In de boeken en in de films wordt de spanning doorbrekende rol overigens vooral gespeeld door het personage Sam Hawkens. In boek en film vaak net zo irritant als Eddy Arent. 

Die Vohrer speelde dus een erg belangrijke rol in de Duitse film- en tv-geschiedenis. Naast Edgar Wallace en Karl May hield hij zich bezig met de hitserie Derrick, met Der Alte, met Die Schwarzwaldklinik. Daarnaast regisseerde hij ook nog zoiets als de soft-porno-film Das Gelbe Haus am Pinnasberg, maar ook Jeder stirbt für sich allein, naar de roman van Hans Fallada. Die laatste film (uit 1975) is volgens mij zijn enige film die door de ‘serieuze’ filmkritiek ook serieus genomen werd (en deels wordt). Waarbij ik wil aantekenen dat Hans Fallada niet echt bij de grote Duitse literatuur hoort.  Kleiner Mann – Was nun?, Bauern, Bonzen und Bomben en Der Trinker zijn zeker de moeite van het lezen waard, maar het predicaat ‘meesterwerk’ zal er niet gauw aan vastgeknoopt worden. 

Niet dat het gebrek aan lof Alfred Vohrer heel erg stoorde. ‘Ob ein Film erfolgreich ist oder nicht, entscheidet sich für meine Begriffe an der Kinokasse – egal ob er künstlerisch wertvoll ist oder ob er künstlerisch nicht wertvoll ist, ‘ zei hij in 1965. Ik denk niet dat hij later op die zienswijze is teruggekomen.


Een volgende keer: Wat heeft me zo aangetrokken aan de Wallace- en May-verfilmingen van o.a. Alfred Vohrer?

Naar Krimi III
Naar Krimi I